Koliek bij paarden – de juiste voeding daarna
Het juiste voedingsmanagement kan koliek voorkomen of het risico op koliek drastisch verlagen. Als er toch een acute situatie optreedt, kun je deze onmiddellijke maatregelen nemen.
Maar hoe gaat het verder na een overleefde koliek? Vanaf wanneer kun je je paard na een koliek weer voeden? Dat vind je hier.

In acute gevallen: voer en water weghalen
De eerste en belangrijkste maatregel bij een acuut geval van koliek is: de toegang tot water en voer verwijderen, om de al gestoorde darm niet nog verder te irriteren. Pas wanneer de symptomen volledig zijn verdwenen, kun je – de instructies van de dierenarts volgend – langzaam weer beginnen met de voeding.
De juiste voeding na koliek
Het advies van de dierenarts moet ook bij de voeding na koliek worden opgevolgd. De volgende tips zijn algemeen geformuleerd en moeten aan het individuele geval worden aangepast.
Algemeen gesproken is het spijsverteringskanaal bij koliek verstoord en vertraagd, dus de darmactiviteit is om verschillende redenen afgenomen. Hierdoor raakt bij koliek de functie van de darmen uit balans. De voeding na een overleefde koliek moet er daarom op gericht zijn om de darmflora te herstellen.
In de eerste twee weken na een koliek moet je helemaal geen graanbevattende voedermiddelen geven. De daarin aanwezige zetmeel zou het spijsverteringskanaal alleen maar te veel belasten, temeer daar de darmflora op dat moment nog niet weer normaal functioneert. Het zetmeel kan daardoor niet worden afgebroken, komt in de dikke darm terecht en leidt tot een acidose (overzuur van de darmen), wat verder ziekte met zich meebrengt.
Om de darmactiviteit weer op gang te brengen, moet het paard veel vezelrijke koolhydraten in de vorm van hoogwaardig ruwvoer krijgen. Vooral na een obstipatiekoliek is een verhoogde opname van ruwvoer en water belangrijk.

Ter aanvulling op de hooi voeding kunnen voldoende geweekte hooi-cobs worden gebruikt: Zo krijgt het paard zowel ruwvoer als water, wat een soepele voederbrij vormt en verdere verstopping voorkomt.
Mash kan na een koliek een goede voerkeuze zijn, omdat het de darmtraagheid tegenwerkt en helpt bij het herstel van een gezonde darmflora. Bij paarden die gevoelig zijn voor koliek kan mash ook preventief worden gegeven. Afhankelijk van het type mash zijn er prebiotische, spijsverteringsbevorderende en slijmvormende varianten, maar ook soorten die de bloedsomloop stimuleren. Deze kunnen in de zomer aan paarden met een zwakke bloedsomloop worden gegeven, die bij hitte neigen tot kolieksymptomen. Mash is ook geschikt om een paard weer op te voeren na een sterke gewichtsafname door koliek. Let erop dat het mash vrij is van granen en denk eraan dat sommige soorten mash, vanwege de fosforhoudende tarwezemelen, niet dagelijks op lange termijn mogen worden gegeven.
Mash bij koliek
Slijmstoffen, zoals die aanwezig zijn in gekookte lijnzaden, leggen zich beschermend om de darmwand en helpen bij het herstel van de darmflora. De gekookte lijnzaden kun je het paard apart voeren of mengen door voer zonder granen, aangezien niet alle paarden de glibberige slijm graag puur eten.
Na een zandkoliek grijpen veel paardeneigenaren naar psylliumzaad, wat op zich niet verkeerd is, maar niet al te effectief. Om de opgehoopte vuildeeltjes in het maag-darmstelsel beter te binden, heeft het paard het meest baat bij een verhoogde hoeveelheid ruwvoer van 2,5 % ruwvoer per lichaamsgewicht (ongeveer 1,5 % zou normaal zijn).
Een prebiotisch voer om de darmflora te herstellen is biergist (geen bakgist!), die apart verkrijgbaar is of onderdeel uitmaakt van spijsverteringsbevorderende voeren.
Geschik voer na een koliek
Met het juiste voedingsmanagement een koliek voorkomen
Als je je aan de basics van de paardevoeding houdt, kun je het risico op een (nieuwe) koliek aanzienlijk verlagen.
De natuur van het paard vraagt om:
- vaste, regelmatige voedingstijden
- ruwvoer vóór krachtvoer
- eetpauzes niet langer dan 4 uur
- meerdere kleine porties over de dag verdeeld
- een gegarandeerde, vrij toegankelijke watervoorziening
- kwalitatief hoogwaardig en schoon, niet met schimmel of dierlijke uitwerpselen verontreinigd voer.
Typische voedingsfouten die leiden tot koliek:
- Te weinig ruwvoer
- Te veel krachtvoer in één keer
- Te veel zetmeel
- Krachtvoer voor ruwvoer
- Weidegang met lege maag
- Te veel jong gras
- Te weinig (vers) drinkwater
- Bedorven voer en giftige planten
- Niet voldoende geweekt, opzwellend voer.
Heb je een paard met een gevoelige bloedsomloop dat bij hitte en weersveranderingen reageert met koliek, dan kun je ook van tevoren maatregelen nemen met geschikte bloedsomloopstimulerende kruiden. Houd er rekening mee dat kruiden minstens twee weken moeten worden toegediend voordat ze hun werking ontplooien. Ook de combinatie van mash en lijnzaad is een zinvolle aanvulling bij weersgevoelige paarden.
VOER VOOR PAARDEN MET GEVOELIGE BLOEDSOMLOOP
Merries die tijdens hun cyclus problemen krijgen met spanningen van het buikvlies, kunnen bij het intreden van de bronst ook reageren met koliekverschijnselen. Voor deze merries is onze kruidensap bormoon balans geschikt, met monnikspeper, frambozenbladeren, hop en melisse, om de bronst te verzachten. Ook de kruidenmengsel kaneel tijger of pure monnikspeper kunnen worden gevoerd ter preventie van cyclusgebonden krampkolieken.
Stress is ook een veelvoorkomende factor die krampkolieken kan veroorzaken. Daarbij zijn er voor elk paard verschillende stressfactoren, zoals stalwissel, wedstrijd, oud en nieuw of een verandering in de sociale omgeving. Vitaminen en voedingsstoffen zoals magnesium kunnen het paard in aanstaande, stressvolle situaties helpen om kalm te blijven en zo een koliek voorkomen. Ook hier is het belangrijk om vroegtijdig met de voeding te beginnen, wanneer aankomende gebeurtenissen zoals oud en nieuw of stalwissel bekend zijn.
Français