Wat is westernrijden?
Westernrijden kenmerkt zich door impulsgevend rijden met eenhandige teugelvoering, waarbij het paard niet alleen reageert op de signalen van de ruiter, maar ook zelfstandig werkt. De rijstijl en de uitrusting van zowel paard als ruiter herinneren aan de oorsprong van westernrijden – het werk van de Amerikaanse cowboys. In onze gids stellen we je de westernrijsport in detail voor en onthullen we alles wat je moet weten over de uitrusting van westernruiter en westernpaard.

Oorsprong van westernrijden
De basis voor de Amerikaanse westernrijstijl vormde de werkrijstijl van de Spaanse vaqueros (rundveeherders), die in de 16e eeuw over de Atlantische Oceaan naar Amerika kwamen. In het kader van de Amerikaanse nederzettingenbeweging in de 18e en 19e eeuw ontwikkelde het paard zich tot een belangrijk hulpmiddel bij het transport en de verzorging van vleesvee. In dit verband ontstond de bekende werkrijstijl van de cowboys: het paard als gelijkwaardige, deels zelfstandig werkende partner, dat met één hand werd gereden. Zo had de ruiter een hand vrij om vanaf het paard poorten te openen en te sluiten of makkelijker met het lasso te kunnen werken.
Rond het midden van de 20e eeuw werd het paard als hulpmiddel en werkdier op de ranch steeds vaker vervangen door gemotoriseerde hulpmiddelen. Daarentegen won na de Tweede Wereldoorlog de westernsport aan betekenis, die de oorspronkelijke werkrijstijl van de cowboys in diverse disciplines weerspiegelt.
De westernrijstijl kwam pas in de jaren 1960 naar Europa, dankzij de Zwitserse paardentrainer Jean-Claude Dysli, die hiermee ook de fokkerij van Quarter Horses naar ons continent bracht.
Het western paard
Ieder paard kan worden opgeleid tot een westernpaard. Om de western-rijstijl zo goed mogelijk toe te passen, vormen karaktereigenschappen als uithoudingsvermogen, beheersing, wendbaarheid en stapzekerheid een belangrijke basis. De klassieke paardenrassen, die speciaal gefokt zijn voor westernrijden zijn onder andere ‚Paints‘, Quarter Horse en Appaloosa. Zij worden gekenmerkt door het bovengenoemde competenties en door het bijzondere uiterlijk, dat in contrast staat met de typische „Engelse rijpaarden“:
- relatief geringe schofthoogte tot 160 cm
- korte rug
- uitgesproken schouderpartij
- sterke achterhand
- uitgesproken spieropbouw

Het verschil met de Engelse rijstijl
De overgang van Engels paardrijden naar Western paardrijden gaat gepaard met een aantal aanpassingen. Afgezien van alle verschillen, willen wij een overeenkomst beklemtonen: de gymnastische training van het paard dient in de eerste plaats om het dier gezond te houden en dient dus altijd te worden toegepast in het belang van het dierenwelzijn.
Een directe vergelijking van de trainings disciplines van de twee rijstijlen laat veel overeenkomsten zien:
| Engels | Western |
|---|---|
| 1. Ritme | 1. Ritme |
| 2. Kalmte | 2. Kalmte |
| 3. Contact | 3. Veerkracht |
| 4. Beweging/impuls | 4. Activering van de achterhand |
| 5. Straightening | 5. Straightening |
| 6. Verzamelen | 6. Reactievermogen |
Hoewel de aspecten rinne en kalmte in elke rijstijl tot de basis van de training behoren, dient in het westernrijden vooral de „inschikkelijkheid / veerkracht“ worden bereikt. Bij de Engelse manier van rijden betekent contact een permanente verbinding tussen de hand van de ruiter en de paardenmond. In contrast staat het inschikkelijkheid / veerkracht bij het westernrijden. Het westernpaard loopt aan een soepele teugel en de teugelhulpen, als paard en ruiter eenmaal goed getraind zijn, gebeurt dit met een hand.
De activering van de achterhand bij westernrijden en de beweging bij Engels rijden zijn zeer vergelijkbaar. Een actieve achterhand is de basisvoorwaarde voor de beweging, die een grote rol speelt in de draagkracht van het paard. Zo ook bij de beweeglijkheid en in de beheersing van de verschillende tempo’s. Bij westernrijden ligt de nadruk op het rijden van scherpe bochten met behulp van de geactiveerde achterhand, maar ook op het initieren van bewegingen vanuit een staande positie.
Het einddoel van de opleiding in het westernrijden is het reactievermogen. Dit kan vereenvoudigd worden geïnterpreteerd als absolute gehoorzaamheid. Bij het Engels rijden is het primaire doel gericht op verzamelen, de ontwikkeling van draagkracht, en onafhankelijk balanceren met de geactiveerde achterhand. Het trainen van een westernpaard is iets breder geformuleerd, vanwege de variatie van talrijke bewegingen in westernrijden en de verschillende fysieke eisen die daarmee gepaard gaan.
De hulpmiddelen
Bij westernrijden zijn de aanwijzingen punctuele signalen die bedoeld zijn om het werken met het paard te vergemakkelijken. Eenvoudig gezegd, het paard voert een commando uit totdat er een nieuw signaal komt. Deze vereenvoudigde manier van aanwijzingen was van groot belang voor de cowboys om zich te kunnen concentreren op het drijven van de kudden vee en om meerdere uren in het zadel te kunnen zitten.
Naast de gewichts-, bovenbeen- en teugelsignalen, die ook bekend zijn uit de Engelse rijstijl, gebruiken westernruiters ook hun stem ter aanvulling. Een klassiek voorbeeld is de „Whoa!“ gebruikt bij het stoppen van het paard. De stem wordt nooit als enig hulpmiddel gebruikt, maar worden gecombineerd met de rest van de hulpmiddelen in het zadel ofwel met de handsignalen of door middel van lichaamstaal.
De korte gewichts- en beenhulpen hebben bij westernrijden meer betekenis dan de teugelhulpen. De teugels worden of zouden maar weinig gebruikt moeten worden. Kenmerk van een goed opgeleid en gebalanceerd westernpaard is dat het, ondanks losse teugelcontact, in evenwicht blijft en op de hulpen reageert.
De meeste mensen associëren westernrijden met het eenhandige teugelgebruik, wat vooral bij goed opgeleide westernpaarden wordt toegepast. Bij zogenaamde „neck reining“ wordt het paard via de hals bestuurd: de impuls van de hulp komt door de teugel aan de paardenhals te leggen. Zodra de teugel de hals raakt, buigt het paard in de tegenovergestelde richting af.
In de hogere klassen rijdt de ruiter met een hand. De teugels van beginners en westernruiters worden daarentegen met twee handen vastgehouden.
De houding
De juiste zit in een westernzadel is niet zo verschillend van de Engelse rijstijl. Het bovenlichaam moet rechtop en in evenwicht zijn, het hoofd is recht en ontspannen. Het been is in contrast tot het Engels rijden langer door de rijg van de stijgbeugels. De diepe zitpositie is te danken aan de oorsprong van deze rijstijl, waarbij cowboys vele uren per dag in het zadel zaten – het zitcomfort is met een recht, losjes hangend been veel hoger dan met gebogen benen.
Net als bij de Engelse rijwijze bevindt de westernruiter zich in evenwicht wanneer oor, schouder, heup en hiel een lijn vormen.
Uitrusting en levensstijl
Naast de rijwijze vormen uiterlijk de uitrusting van paard en ruiter de meest kenmerkende onderscheidende kenmerken van het westernrijden. In onze twee gidsen gaan we hier gedetailleerd op in:
Français


